Study Guide

Staatsexamen NT2 Programma II: zo bereidt u zich voor

Een studiegids voor Staatsexamen Nt2 Programma II met de gecontroleerde opbouw en regels van alle vier de onderdelen, plus per vaardigheid een compleet oefenvoorbeeld met modelantwoord en uitleg.

Updated September 202613 min readStudy GuideDutch Integration Exam
Andrew Harrison

Andrew Harrison

Dutch Integration Exam Editorial Team

Programma II toetst lezen, luisteren, spreken en schrijven op B2-niveau, elk in een eigen computersessie. U slaagt per onderdeel bij een score van minimaal 500 en krijgt het diploma als alle vier de onderdelen voldoende zijn. Bereid u voor met de officiële oefenomgeving en met complete voorbeelden zoals in deze gids.

Wat het examen van u vraagt

Programma II toetst Nederlands op B2-niveau, bedoeld voor studie of werk op hbo- of universitair niveau. Het diploma krijgt u pas als alle vier de onderdelen zijn gehaald; Programma I is geen vereiste.

Het staatsexamen Nederlands als tweede taal (Nt2) is het landelijke taalexamen voor volwassenen die Nederlands als tweede taal leren. Met het diploma laat u zien dat u de taal voldoende beheerst om in Nederland te werken of te studeren. Er zijn twee programma's: Programma I op B1-niveau en Programma II op B2-niveau van het Europees Referentiekader (ERK).

Programma II is bedoeld voor wie wil studeren of werken op hbo- of universitair niveau. De opdrachten spelen in situaties uit studie, werk en dagelijks leven van iemand met een hbo- of universitaire achtergrond. Beschouwende en betogende teksten spelen daarin een grote rol. U hoeft Programma I niet eerst te halen; kies het niveau dat bij uw doel past.

U krijgt het diploma pas als u alle vier de onderdelen hebt gehaald. Voor elk onderdeel dat u haalt, kunt u apart een certificaat of digitaal uittreksel krijgen. Dat maakt het mogelijk een eerder behaald onderdeel te hergebruiken in een latere poging.

Gebruikte bronnen: Wat is het staatsexamen Nt2? | Staatsexamens Nt2 — Over het staatsexamen Nt2; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Opbouw en duur van de vier onderdelen

Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken hebben elk een eigen zitting op de computer. Bij Lezen krijgt u de teksten op papier. U kiest lees- en luisterantwoorden, typt schrijftaken en spreekt mondelinge antwoorden in.

De vier onderdelen worden in vier afzonderlijke zittingen afgenomen. Alle opdrachten verschijnen op het computerscherm en uw antwoorden gaan digitaal in. Bij Lezen krijgt u een papieren tekstboekje; de vragen en antwoordmogelijkheden staan op het scherm.

De tabel hieronder toont de opbouw voor Programma II. Noteer dat Spreken in de praktijk ongeveer 25 minuten duurt, met 30 minuten als maximale duur in het examenreglement 2026.

OnderdeelOpbouw bij Programma IIDuur
Lezen6 teksten, 36 meerkeuzevragen; teksten op papier, vragen op de computer100 minuten
Luisterencirca 40 opdrachten bij 5 of meer luisterteksten en 1–3 filmpjes; elk fragment één keermaximaal 90 minuten
Schrijven7–8 zinstaken, 1–2 korte taken, 1–2 middellange taken; typen op de computer100 minuten
Spreken4 korte opdrachten (20 s), 8 middellange (30 s), 1 lange opdracht (2 min)ongeveer 25 minuten (reglement: maximaal 30)

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Lezen: zes teksten en 36 meerkeuzevragen

Bij Lezen beantwoordt u 36 meerkeuzevragen bij zes teksten in 100 minuten. Vragen gaan naar hoofdonderwerp, herkomst en doelgroep, naar de betekenis van tekststukken en naar de conclusie van de schrijver.

De teksten liggen in een papieren boekje; de vragen en antwoordmogelijkheden staan op de computer. Alle vragen zijn meerkeuzevragen. Tijdens dit onderdeel mag u uw eigen papieren Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken.

Er zijn grofweg drie vraagtypen. Sommige vragen vragen naar het onderwerp van de tekst, waar die vandaan komt of voor wie die bedoeld is. Andere vragen toetsen wat een tekststuk precies betekent, wat de relatie tussen twee tekststukken is of wat de conclusie is. Weer andere vragen laten u informatie opzoeken, ordenen of combineren.

Let vooral op conclusievragen: daar kiest u de gedachte die de tekst als geheel ondersteunt, niet het detail dat letterlijk in de tekst staat. Het oefenvoorbeeld hieronder laat dat verschil zien.

Oefenvoorbeeld

Oefenvoorbeeld (geen officiële examenvraag). Lees de volgende korte beschouwende tekst: 'De bibliotheek in een middelgrote gemeente overweegt de avondopenstelling met twee uur te verlengen. Voorstanders wijzen op bezoekers die pas na zes uur van hun werk thuiskomen. Tegenstanders wijzen op de kosten van extra personeel. Een proef op één vestiging trok inderdaad meer avondbezoekers, maar een raadslid merkte op dat die vestiging vlak bij het station ligt, zodat het effect daar niet zonder meer geldt voor andere wijken. De raad besloot daarom de proef eerst een jaar te herhalen op twee extra vestigingen.' Vraag: Welke conclusie wordt door deze tekst ondersteund? A) Avondopenstelling trekt in elke wijk meer bezoekers. B) De avondopenstelling is te duur voor de gemeente. C) Het effect van de avondopenstelling is nog niet voor heel de gemeente aangetoond. D) De bibliotheek moet naar het station verhuizen.

Antwoord en uitleg

C) Het effect van de avondopenstelling is nog niet voor heel de gemeente aangetoond.

De tekst eindigt met een voorbehoud (de proefvestiging ligt bij het station) en een besluit om de proef te herhalen. Dat is een gekwalificeerde conclusie: de tekst ondersteunt geen sterk algemeen oordeel. A is te sterk, want het effect is maar op één bijzondere vestiging gemeten. B noemt alleen het tegenargument, niet de conclusie van de schrijver. D komt nergens in de tekst voor.

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen

Luisteren: elk fragment maar één keer

Bij Luisteren krijgt u circa 40 opdrachten bij vijf of meer teksten en één tot drie filmpjes, in maximaal 90 minuten. U hebt 25 seconden om de vraag en drie opties te lezen vóór het fragment. Elk fragment wordt één keer afgespeeld.

U luistert via een koptelefoon naar korte teksten over werk, studie of het dagelijks leven. Wat u hoort lijkt op normaal taalgebruik: verschillende stemmen, versprekingen, herhalingen en soms achtergrondgeluid, omdat echte opnames worden gebruikt. Een spreker kan een accent hebben, maar spreekt nooit een dialect.

De vraag en de drie antwoordmogelijkheden staan op het scherm. U krijgt 25 seconden om die te lezen voordat het fragment automatisch start. U hoort elk fragment dus maar één keer, dus lees de vraag eerst goed. Woordenboeken zijn bij dit onderdeel niet toegestaan.

Oefen daarom met één luisterbeurt: laat bij het onderstaande voorbeeld de tekst één keer hardop voorlezen zonder mee te lezen en antwoord daarna pas.

Oefenvoorbeeld

Originele tekstsimulatie, geen officiële audio. Lees eerst 25 seconden de vraag en opties: wat verraste Marloes na haar overstap? A) De opleiding was onverwacht zwaar. B) Door minder te werken plant zij beter. C) Zij ziet haar collega’s nu elke werkdag. Laat daarna een helper dit gesprek één keer voorlezen zonder dat u meeleest. Presentator: “U werkt minder uren en volgt nu een deeltijdopleiding. Hoe bevalt dat?” Marloes: “Beter dan verwacht. Dat de opleiding zwaar zou zijn, wist ik. Het verraste me dat ik door minder werken beter plan. Wel mis ik mijn collega’s. Ik zie hen alleen in het weekend.” Kies vervolgens uw antwoord.

Antwoord en uitleg

B: Door minder te werken plant zij beter.

Marloes noemt beter plannen expliciet als verrassing. A maakt iets onverwacht wat zij juist had voorzien. C wordt tegengesproken door haar uitspraak dat zij haar collega’s alleen in het weekend ziet. Het woord wel leidt een bijkomend nadeel in; het bepaalt niet automatisch waar de vraag over gaat.

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Spreken: op de computer, niet tegen een persoon

Bij Spreken praat u via koptelefoon en microfoon in de computer; er zit geen persoon tegenover u. Programma II telt vier korte, acht middellange en één lange opdracht, met voorbereidingstijd voor de lange opdracht.

U luistert naar de opdracht via de koptelefoon en leest die mee op het scherm. Een pieptoon geeft aan wanneer u moet beginnen en wanneer de spreektijd om is; uw antwoord wordt digitaal opgenomen. Woordenboeken zijn hier niet toegestaan.

Korte opdrachten geven 20 seconden spreektijd voor een kort antwoord. Middellange opdrachten geven 30 seconden voor een antwoord van enkele zinnen of meer. De lange opdracht vraagt twee minuten over één onderwerp, met voorbereidingstijd om eerst te bedenken wat u wilt zeggen.

Gebruik die voorbereidingstijd voor een vaste bouw: standpunt, redenen met voorbeelden, een tegenargument met uw weerlegging en een korte afronding. Het model hieronder toont die bouw; uw eigen tempo en stijl mogen daarvan afwijken.

Oefenvoorbeeld

Originele spreekoefening, geen officiële examenvraag. Kies voor deze oefening twee minuten voorbereidingstijd; dat is een eigen oefenafspraak. Spreek daarna ongeveer twee minuten over gratis openbare werk- en studieplekken. Geef een standpunt, twee redenen met voorbeelden, een tegenargument met reactie en een afronding. Het fictieve model hieronder laat één mogelijke uitwerking zien.

Antwoord en uitleg

Fictief modelantwoord: Ik vind dat openbare werk- en studieplekken gratis toegankelijk moeten zijn. Mijn eerste reden is dat niet iedereen thuis rustig kan werken. Denk aan een student die een kamer deelt met een broer of zus. In een bibliotheek kan die student zich beter concentreren en een opdracht afmaken. Mijn tweede reden is dat zulke plekken mensen helpen mee te doen. Iemand die werk zoekt, kan er bijvoorbeeld een sollicitatiebrief schrijven of een online cursus volgen. Een toegangsprijs vormt juist voor mensen met weinig geld een extra drempel. Natuurlijk kosten een gebouw, verwarming en personeel geld. Dat is een serieus tegenargument: gratis voor de bezoeker betekent niet dat de voorziening niets kost. Daarom stel ik voor bestaande ruimtes op geschikte tijden open te stellen en eerst te onderzoeken hoeveel extra personeel nodig is. Ook kan het op drukke momenten te vol worden. Een reserveringssysteem en duidelijke tijdslimieten kunnen dan helpen om de beschikbare plekken eerlijk te verdelen. Mijn voorstel is dus gratis toegang, gecombineerd met praktische afspraken en een haalbare begroting. Zo behouden we de voordelen voor bezoekers en houden we rekening met de kosten en ruimte van de organisatie.

Het fictieve model noemt twee redenen met voorbeelden: rustig werken en toegang tot studie of sollicitatie. Het erkent kosten als bezwaar en stelt een concrete aanpak voor. De afronding verbindt toegang met organisatie. Neem uw eigen antwoord op en controleer de duur; het model geeft geen officiële score of vast woordenaantal.

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Schrijven: drie taaktypen zonder spellingscontrole

Bij Schrijven typt u in 100 minuten zinstaken, korte taken en middellange taken in een volgorde die u zelf kiest. Er staat geen spellingscontrole aan; alleen het papieren Van Dale-pocketwoordenboek NT2 is toegestaan.

Programma II bevat 7 tot 8 zinstaken, 1 tot 2 korte taken en 1 tot 2 middellange taken. Een zintaak is één zin schrijven of afmaken. Een korte taak is een korte tekst, zoals een notitie of briefje. Een middellange taak vraagt bijvoorbeeld om een probleem te beschrijven met een voorstel voor een oplossing, soms met een tabel of grafiek erbij.

U typt op een qwertytoetsenbord met de instelling VS Internationaal en taalinstelling Nederlands. Computergestuurde spellingscontrole is uitgesloten, dus controleer uw werk zelf. De meeste taken gaan over werk of opleiding; enkele over het dagelijks leven.

Bij een middellange taak met cijfers: beschrijf eerst het probleem feitelijk, doe dan één helder voorstel en geef de reden erbij. Het voorbeeld hieronder laat die drie stappen zien.

Oefenvoorbeeld

Oefenvoorbeeld (geen officiële examenvraag). Situatie: uw opleiding heeft twee studieruimtes. De coördinator, de heer Van Dijk, vraagt per e-mail om een kort advies. Gegevens: Ruimte A is 's ochtends voor 40 procent bezet en 's middags voor 95 procent; Ruimte B is 's ochtends voor 90 procent bezet en 's middags voor 30 procent. Opdracht: beschrijf voor deze oefening in ongeveer 120 tot 150 woorden het probleem en doe een voorstel met reden, in de vorm van een nette e-mail.

Antwoord en uitleg

Geachte heer Van Dijk, Graag geef ik advies over het gebruik van de twee studieruimtes. De bezetting verschilt sterk per dagdeel. In de ochtend is ruimte A voor 40 procent bezet en B voor 90 procent. In de middag is A bijna vol, met 95 procent, terwijl B dan 30 procent bezet is. Ik stel voor studenten in de middag duidelijk op ruimte B te wijzen. Dat kan met een bord bij ruimte A en een bericht op de website. In de ochtend kunnen we juist ruimte A onder de aandacht brengen. Zo benutten studenten de bestaande plekken beter. We kunnen na een maand meten of de bezetting gelijkmatiger is geworden. De cijfers verklaren niet waarom studenten nu voor een ruimte kiezen; vraag daarom ook naar hun ervaringen. Met vriendelijke groet, Samira

Het model gebruikt de vier percentages correct en koppelt elk advies aan het juiste dagdeel. Het stelt een maatregel en een evaluatie voor. De cijfers laten een verschil in bezetting zien, maar bewijzen niet de oorzaak. Ook bewijzen zij niet dat het voorstel niets kost. De woordrange is een afspraak voor deze oefening, geen algemene exameneis.

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Regels en hulpmiddelen op de examendag

Alleen bij Lezen en Schrijven mag u het papieren Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken, dat u zelf meeneemt. Breng een geldig identiteitsbewijs mee en laat elektronica en tassen buiten de zaal.

Het woordenboek moet de papieren uitgave van het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) zijn; andere woordenboeken zijn niet toegestaan. Er mogen geen aantekeningen of losse briefjes in zitten, en u mag geen exemplaar van een andere kandidaat lenen. Elektronische hulpmiddelen, zoals Google Translate of een digitaal woordenboek, zijn altijd verboden.

Legitimatie is verplicht: u moet op verzoek een geldig identiteitsbewijs tonen. In de examenzaal zijn elektronische media en communicatiemiddelen niet toegestaan, evenmin als horloges, jassen en tassen. U mag geen informatie over de examenvragen de zaal in of uit nemen; al het uitgereikte materiaal wordt ingenomen.

U krijgt van het College voor toetsen en examens kladpapier. Dat levert u samen met het tekstboekje van Lezen en eventuele opgaven na afloop in.

  • Alleen Lezen en Schrijven: papieren Van Dale Pocketwoordenboek NT2, zelf meegenomen, zonder aantekeningen.
  • Bij Luisteren en Spreken: geen woordenboek toegestaan.
  • Altijd: geldig identiteitsbewijs, geen elektronica, horloges, jassen of tassen in de zaal.
  • Kladpapier en tekstboekjes levert u na het examen in.

Gebruikte bronnen: Hoe ziet het examen eruit? | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Beoordeling en de grens van 500

Lezen en Luisteren worden door de computer nagekeken; Schrijven en Spreken door twee opgeleide beoordelaars. Voor elk onderdeel heeft u een score van minimaal 500 nodig om te slagen.

Bij Lezen en Luisteren worden goede antwoorden omgezet naar een score. Bij Schrijven en Spreken kennen beoordelaars punten toe volgens een beoordelingsvoorschrift, waarna ook een score wordt bepaald. De grens is 500 per onderdeel. Dat is een omgerekende score, geen 500 goede antwoorden en geen vast percentage van 50 procent.

Schrijven en Spreken worden volgens een beoordelingsvoorschrift altijd door twee beoordelaars nagekeken; waar nodig beoordeelt een derde beoordelaar mee. Uw uitslag per onderdeel luidt 'voldoende' of 'onvoldoende' en wordt schriftelijk bekendgemaakt.

Behaalt u 'onvoldoende' voor een onderdeel, dan kunt u zich daarna opnieuw aanmelden voor precies dat onderdeel. Wie voor een, twee of drie onderdelen slaagt, kan daarvoor een certificaat of uittreksel krijgen via Mijn Diploma's. Het diploma van Programma II volgt zodra u alle vier de onderdelen van dat programma hebt gehaald.

Gebruikte bronnen: Beoordeling examen | Staatsexamens Nt2 — Examen doen en uitslag; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Zo oefent u gericht verder

Oefen in de officiële oefenomgeving van het staatsexamen Nt2, die alleen goed werkt op een computer of laptop. Bekijk eerst de instructiefilms voor de vier onderdelen en houd daarna de aanmeldtermijnen in de gaten.

In de oefenomgeving maakt u opdrachten in de echte examenomgeving. Losse opdrachten uit die oefenomgeving kunnen in de echte examens Spreken en Schrijven terugkomen; in het examen staan ook andere opdrachten. De omgeving werkt niet goed op een smartphone of tablet.

Voor de aanmelding stelt het College voor toetsen en examens elk jaar de procedure en de termijnen vast. Houdt u zich niet aan de aanmeld- en betalingstermijnen, dan bent u uitgesloten van dat examenonderdeel en kunt u de volgende examenmogelijkheid gebruiken.

  • Bekijk de instructiefilms voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken.
  • Oefen minstens één keer per onderdeel in de officiële oefenomgeving, op een computer of laptop.
  • Doe de vier oefenvoorbeelden uit deze gids en vergelijk uw antwoorden met de modellen.
  • Zoek de actuele aanmeldprocedure, termijnen en examenrooster op de officiële examensite.
  • Oefen luisteren met één luisterbeurt per fragment, zoals in het echte examen.

Gebruikte bronnen: Examens oefenen | Staatsexamens Nt2 — Voorbereiden en oefenen; Staatscourant 2025, 22377 | Regeling examenreglement Staatsexamen Nt2 2026 — Artikelen 1–17 en toelichting

Gebruikte bronnen

Feiten gecontroleerd op 16 september 2026:

Volgende stappen

FAQ

Frequently Asked Questions

Practical answers to help you apply the guidance for Staatsexamen Nederlands als Tweede Taal Programma II - Lezen, Luisteren, Spreken en Schrijven.

Hoort Kennis van de Nederlandse Maatschappij bij het staatsexamen Nt2?
Nee. Het staatsexamen Nt2 kent alleen de vier taalonderdelen: Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken. Kennis van de Nederlandse Maatschappij hoort bij een ander examen, dus dezelfde voorbereiding werkt daar niet.
Kan ik een gezakt onderdeel opnieuw doen?
Ja. Pas nadat u 'onvoldoende' heeft behaald voor een onderdeel, kunt u zich opnieuw aanmelden voor dat onderdeel van dat programma. Geslaagde onderdelen hoeft u niet over te doen.
Kan ik certificaten van Programma I en Programma II combineren?
Dat kan, maar let op het gevolg: wie onderdelen uit beide programma's combineert en in totaal vier onderdelen positief afrondt, ontvangt een diploma Programma I. Wilt u het B2-diploma, dan heeft u alle vier de onderdelen van Programma II nodig.

Keep Reading

Related Study Guides

Explore related guides and preparation topics.