Het basisexamen inburgering in het buitenland bestaat uit Lezen A1, Spreken A1 en Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS). U moet alle drie onderdelen halen. Deze gids helpt u korte berichten te begrijpen, eenvoudige antwoorden in te spreken en de KNS-stof uit het officiële fotoboek te leren. De oefeningen zijn originele studievoorbeelden; gebruik daarnaast de officiële oefenexamens.
Wat het examen toetst: taal, samenleving en drie onderdelen
Het examen toetst de Nederlandse taal en samenleving en bestaat uit drie onderdelen: Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS), Spreekvaardigheid en Leesvaardigheid. U bent pas geslaagd als u alle drie haalt.
Hebt u een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nodig om bij uw partner te wonen of als geestelijk bedienaar te werken? Dan moet u eerst slagen voor dit examen, voordat u de mvv aanvraagt. U legt het examen af in het buitenland, bij een Nederlandse ambassade of consulaat of een externe dienstverlener.
Lezen en Spreken toetsen eenvoudig Nederlands op niveau A1. KNS toetst kennis over Nederland. Een afzonderlijk examen Schrijven of Luisteren hoort niet bij dit basisexamen, al moet u bij Spreken en KNS wel naar vragen luisteren.
Elk onderdeel heeft een vaste opzet. Bij KNS ziet u foto's met vragen die langzaam worden voorgelezen; u klikt het juiste antwoord aan uit twee mogelijkheden. Bij Lezen leest u eerst een korte tekst en beantwoordt u daarna vragen. Bij Spreken spreekt u antwoorden in en maakt u zinnen af.
Oefening
Eigen leesoefening, geen officiële examenvraag. U leest: “Uw afspraak is dinsdag om 10.00 uur. Neem uw paspoort mee.” Wanneer is de afspraak? A) dinsdag om tien uur, of B) donderdag om tien uur. Wat moet u meenemen?
Toon antwoord
A) dinsdag om tien uur. U neemt uw paspoort mee.
Beide antwoorden staan in het bericht. Lees eerst de dag, daarna de tijd en het gevraagde document. “Dinsdag” en “donderdag” lijken op elkaar, maar zijn verschillende dagen. Deze tekstuele oefening vervangt geen officieel KNS-oefenexamen met foto’s en gesproken vragen.
| Onderdeel | Wat u doet | Vragen | Tijd |
|---|---|---|---|
| Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) | Foto's met vragen; juiste antwoord aanklikken uit twee opties | 30 | 30 minuten |
| Lezen | Korte teksten lezen en vragen beantwoorden | 19 | 35 minuten |
| Spreken | 10 vragen beantwoorden en 12 zinnen afmaken, ingesproken | 22 | 30 minuten |
Officiële bronnen: Basisexamen inburgering in het buitenland | IND; Oefenexamens maken - Naar Nederland; Bijlage Basisexamen inburgering buitenland (PDF, 184.61 KB); Leren voor het examen - Naar Nederland — https://www.naarnederland.nl/leren-voor-het-examen
Lezen A1: haal het antwoord uit het bericht
Bij Lezen krijgt u korte teksten met vragen. Zoek eerst waar het bericht over gaat en daarna de informatie die de vraag vraagt.
Lees namen, dagen, tijden en getallen zorgvuldig. Woorden zoals niet, alleen en na kunnen veranderen wat u moet doen. U hoeft geen lange tekst over Nederlandse wetgeving te kennen om een afspraakbericht te begrijpen.
Een handige werkwijze is de vraag kort samen te vatten: zoek ik een tijd, een plaats, een persoon of een handeling? Lees daarna het relevante deel opnieuw. Als twee antwoordmogelijkheden op elkaar lijken, zoek dan het woord dat het verschil maakt.
In de eerste oefening gaat het om dinsdag en een paspoort. Hieronder gaat het om een plek en een handeling. De teksten zijn kort, maar vragen aandacht voor verschillende details.
Oefening
Eigen leesoefening. U leest een bericht in een gedeelde keuken: “De schone kopjes staan in de kast boven de tafel. Zet vuile kopjes in de vaatwasser. Zet ze niet terug in de kast.” Waar zet u een gebruikt kopje? A: In de kast boven de tafel. B: In de vaatwasser. C: Op de tafel.
Toon antwoord
B: In de vaatwasser.
Het bericht maakt verschil tussen schone en vuile kopjes. Een gebruikt kopje hoort in de vaatwasser. De kast is voor schone kopjes; de tafel wordt alleen genoemd om de plaats van de kast te beschrijven. Het woord niet bevestigt dat het vuile kopje niet in de kast teruggaat.
Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland; Leren voor het examen - Naar Nederland — https://www.naarnederland.nl/leren-voor-het-examen
Spreken A1: geef een passend en verstaanbaar antwoord
U spreekt antwoorden in op tien vragen en maakt twaalf zinnen af. Het antwoord moet passen bij de vraag of de zin en verstaanbaar zijn.
Het officiële beoordelingsmodel van augustus 2026 kijkt naar de inhoudelijke passendheid en de verstaanbaarheid. Een enkel woord kan voldoende zijn als het de vraag echt beantwoordt. Een grammaticale fout maakt een begrijpelijk en passend antwoord niet automatisch fout. Alleen een verstaanbaar woord noemen dat niets met de vraag te maken heeft, is onvoldoende.
Denk eerst aan de betekenis. Vraagt iemand waar iets ligt, noem dan de plaats. Vraagt iemand wanneer iets gebeurt, noem dan een passend tijdstip. Bij een aanvulzin moet uw toevoeging samen met het begin een zin met betekenis vormen.
Oefen door uzelf op te nemen en terug te luisteren. Is duidelijk wat u bedoelt? Hoort u het belangrijke woord? Gebruik bij persoonlijke vragen uw eigen informatie. De verzonnen gegevens in de oefening zijn alleen bedoeld voor deze oefensituatie.
Oefening
Eigen spreektraining met tekst, zonder officiële audio. Gegevens: Nina leent zaterdag twee boeken. Ze stopt de boeken in haar groene tas. Vraag: Waar stopt Nina de boeken? Maak daarna de zin af: “Nina gaat naar de bibliotheek om ...”
Toon antwoord
Bijvoorbeeld: “In haar groene tas.” Aanvulling: “boeken te lenen.”
Het eerste antwoord noemt de gevraagde plaats. De aanvulling geeft een betekenisvol doel en past bij de gegevens. “Zaterdag” is wel een gegeven uit het verhaal, maar beantwoordt de vraag naar de plaats niet. Dit zijn voorbeeldantwoorden voor deze oefening, geen officiële beoordeling of voorgeschreven examenantwoorden.
Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland; Leren voor het examen - Naar Nederland — https://www.naarnederland.nl/leren-voor-het-examen; DUO: Beoordelingsmodel Spreken A1,10augustus2026 — https://a.storyblok.com/f/304559/x/c469861976/beoordelingsmodel-spreekvaardigheid-a1.pdf
KNS: verbind foto, vraag en betekenis
Bij KNS ziet u foto’s en hoort u langzaam voorgelezen vragen. U kiest één van twee antwoorden. Alle honderd openbare vragen en antwoorden staan in het officiële fotoboek.
Het echte KNS-examen heeft dertig vragen; de korte officiële oefentoets heeft er vijf. Gebruik het fotoboek en de film om de hele stof te leren. Alleen de vijf oefenvragen kennen is dus geen volledige voorbereiding.
Groepeer de stof bijvoorbeeld in geografie en geschiedenis, bestuur en rechten, wonen en dagelijks leven, onderwijs, gezondheid en werk. Dit is een leerindeling, geen officiële verdeling van aantallen examenvragen. Bekijk steeds de foto, begrijp de vraag en leg uit wat het antwoord betekent.
Amsterdam is de hoofdstad; de regering is gevestigd in Den Haag. De twee steden vervullen verschillende rollen. Bij geschiedenis helpt een soortgelijke aanpak: verbind een naam of gebeurtenis aan wat die betekent, zonder alleen een rij woorden uit het hoofd te leren.
Oefening
Eigen kennis- en leesoefening, zonder foto of audio. Een bezoeker maakt een plan: “Maandag bezoek ik de hoofdstad. Dinsdag wil ik de stad bezoeken waar de regering gevestigd is.” Vul de plaatsen in het plan in.
Toon antwoord
Maandag: Amsterdam. Dinsdag: Den Haag.
Hoofdstad en regeringszetel verwijzen hier naar verschillende steden. De dagen horen bij het verzonnen reisplan. De oefening helpt de twee begrippen te verbinden aan hun betekenis; het is geen kopie van een officiële fotovraag.
Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland; Naar Nederland: actueel gelinkt fotoboek KNS,herziene editie2014 — https://a.storyblok.com/f/304559/x/942d4a9cfc/nn-fotoboek-2014-herzien-omslag-lowres.pdf
Dagelijks leven: leer de regel met de juiste betekenis
KNS behandelt ook rechten, onderwijs en dagelijkse voorzieningen. Begrijp de eenvoudige uitleg en voorkom dat een korte examenzin een te algemene regel wordt.
Bij onderwijs helpt het onderscheid tussen beginnen en verplicht zijn. Veel kinderen beginnen rond vier jaar op de basisschool. De leerplicht begint bij vijf jaar. Voor zestien- en zeventienjarigen geldt de kwalificatieplicht zolang zij nog geen startkwalificatie hebben, met de wettelijke uitzonderingen. De actuele onderwijsinformatie maakt onderscheid tussen deze plichten.
Gelijkwaardigheid betekent dat mensen niet minderwaardig worden behandeld vanwege bijvoorbeeld geslacht, geloof of afkomst. Vrijheid van geloof betekent ook dat iemand mag kiezen om niet te geloven. Het betekent niet dat iedereen dezelfde mening of levenswijze moet kiezen.
De extra verwijzing naar de actuele Regeling inburgering 2021 verduidelijkt enkele maatschappelijke feiten. Het examenprogramma van het binnenlandse KNM wordt daarmee niet het programma van het buitenlandse KNS. Voor KNS blijft het daarvoor aangewezen fotoboek de voorbereiding.
Officiële bronnen: Naar Nederland: actueel gelinkt fotoboek KNS,herziene editie2014 — https://a.storyblok.com/f/304559/x/942d4a9cfc/nn-fotoboek-2014-herzien-omslag-lowres.pdf; Actuele Regeling inburgering 2021: feitelijke toelichting op onderwijs en instanties — Bijlage 2; alleen feitelijke toelichting, geen BIB-examenprogramma; Leerplicht en kwalificatieplicht | Rijksoverheid.nl — https://www.rijksoverheid.nl/themas/onderwijs/leerplicht/leerplicht-en-kwalificatieplicht
Oefen met betekenis en controleer uw fouten
Wissel lezen, spreken en KNS af op basis van wat u nog moeilijk vindt. Controleer een antwoord en leg uit waarom het past.
Bij lezen kunt u in een eigen kopie van een oefentekst het beslissende woord aanwijzen. Bij spreken luistert u terug of uw antwoord op de vraag ingaat en verstaanbaar is. Bij KNS bekijkt u de bijbehorende foto en controleert u de betekenis in het officiële materiaal.
Noteer kort wat u door elkaar haalde, bijvoorbeeld een dag, een vraagwoord of een overheidsbegrip. Oefen dat later opnieuw met een ander voorbeeld. Er is geen percentage zelfgemaakte kaartjes waarmee u uw examenuitslag kunt voorspellen.
Ga daarna naar de officiële oefenomgeving op Naar Nederland. Gebruik de computer, microfoon en het geluid om de echte manier van oefenen te ervaren. Onze tekstvoorbeelden vervangen de foto’s, audio en opnamefunctie niet.
Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland; Leren voor het examen - Naar Nederland — https://www.naarnederland.nl/leren-voor-het-examen; DUO: Beoordelingsmodel Spreken A1,10augustus2026 — https://a.storyblok.com/f/304559/x/c469861976/beoordelingsmodel-spreekvaardigheid-a1.pdf; Naar Nederland: actueel gelinkt fotoboek KNS,herziene editie2014 — https://a.storyblok.com/f/304559/x/942d4a9cfc/nn-fotoboek-2014-herzien-omslag-lowres.pdf
Aanmelden en de geldigheid van uw resultaat
U meldt zich eerst aan bij DUO en maakt daarna een afspraak bij de Nederlandse vertegenwoordiging. Een volledig examen kost €150 en de uitslag komt binnen 8 weken.
U meldt zich voor het examen eerst aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), met het aanmeldformulier basisexamen inburgering. Daarna neemt u contact op met de Nederlandse vertegenwoordiging in het land waar u het examen wilt maken.
Een volledig examen kost €150. De uitslag ontvangt u binnen 8 weken van DUO, per e-mail met een pdf-bestand waarin staat voor welke onderdelen u bent geslaagd.
Een onderdeel dat u hebt gehaald, blijft onbeperkt geldig. Zodra u alle drie onderdelen hebt gehaald, begint de termijn van één jaar voor de mvv-aanvraag. Vraagt u de mvv later aan, dan moet u het basisexamen opnieuw doen. Verwar de geldigheid van één behaald onderdeel dus niet met de aanvraagtermijn na het volledige examen.
Controleer bij IND en DUO welke eisen bij uw aanvraag horen en of een vrijstelling of ontheffing van toepassing is. Een examenresultaat is één onderdeel van de aanvraag en geeft op zichzelf geen verblijfsrecht.
Officiële bronnen: Basisexamen inburgering in het buitenland | IND; Home - Naar Nederland; Bijlage Basisexamen inburgering buitenland (PDF, 184.61 KB); Na het examen - Naar Nederland — https://www.naarnederland.nl/na-het-examen
Officiële bronnen
Feiten gecontroleerd:
- Basisexamen inburgering in het buitenland | IND
- Home - Naar Nederland
- Oefenexamens maken - Naar Nederland
- Bijlage Basisexamen inburgering buitenland (PDF, 184.61 KB)
- Na het examen - Naar Nederland
- Leren voor het examen - Naar Nederland
- DUO: Beoordelingsmodel Spreken A1,10augustus2026
- Naar Nederland: actueel gelinkt fotoboek KNS,herziene editie2014
- Actuele Regeling inburgering 2021: feitelijke toelichting op onderwijs en instanties
- Leerplicht en kwalificatieplicht | Rijksoverheid.nl
