Study Guide

Leesvaardigheid Basisexamen Inburgering: slim oefenen

Deze gids legt uit wat het Lezen-onderdeel van het Basisexamen Inburgering in het Buitenland vraagt: korte Nederlandse teksten op niveau A1, 19 vragen in 35 minuten. U leert een vaste leesroutine, leert kleine woorden op te merken die een zin omdraaien, en oefent met twee volledig uitgewerkte voorbeeldteksten.

Updated September 20268 min readStudy GuideDutch Integration Exam
Andrew Harrison

Andrew Harrison

Dutch Integration Exam Editorial Team

Bij Lezen A1 begrijpt u korte geschreven berichten en beantwoordt u vragen. U krijgt 19 vragen in 35 minuten. De twee originele oefeningen hieronder laten zien hoe u een dag, een plaats of een voorwaarde nauwkeurig leest. Gebruik daarnaast de officiële oefenexamens van Naar Nederland.

Wat het Lezen-onderdeel van u vraagt

Het Lezen-onderdeel toetst of u eenvoudig Nederlands op niveau A1 kunt lezen. U krijgt korte teksten met vragen: 19 vragen in 35 minuten.

Het Basisexamen Inburgering in het Buitenland bestaat uit drie delen: Kennis van de Nederlandse Samenleving, Lezen (leesvaardigheid) en Spreken (spreekvaardigheid). Dit artikel gaat over het Lezen-deel. De twee andere delen zijn aparte examens met eigen vragen.

Voor Lezen geldt dat u eenvoudige, geschreven teksten moet kunnen begrijpen op taalniveau A1. Het examen bestaat uit teksten met vragen: u leest eerst een korte tekst en beantwoordt daarna vragen daarover.

Het officiële oefenexamen heeft eveneens 19 vragen en duurt 35 minuten. Het echte examen kan er anders uitzien. Gebruik de oefening voor de vraagvorm en het tempo en lees bij het echte examen de instructies.

Officiële bronnen: Leren voor het examen - Naar Nederland — Secties 'Inhoud van het examen' en 'Zelfstudiepakket'; Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Officieel lesmateriaal en gratis oefenexamens

Het zelfstudiepakket van Naar Nederland is te koop en ook gratis te downloaden. De openbare oefenexamens helpen u het format te leren kennen en te ontdekken wat nog lastig is.

Het zelfstudiepakket is voor alle kandidaten, ook als u nog niet kunt lezen en schrijven, en is er in veel talen. U kunt het kopen voor 25,00 euro; u krijgt dan onder meer de handleiding met woordenlijst, de film 'Naar Nederland', het fotoboek en het werkboek. Hebt u een computer met internet, dan kunt u het pakket ook gratis downloaden en online lessen volgen via de e-learning, na het aanmaken van een account.

Maak de online oefenexamens op een desktop of laptop met internet. Zorg voor geluid waar de oefening dat gebruikt; een microfoon is van belang voor de spreekoefening. Het oefenexamen Lezen heeft 19 vragen in 35 minuten.

Officiële bronnen: Leren voor het examen - Naar Nederland — Secties 'Inhoud van het examen' en 'Zelfstudiepakket'; Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Lees in vaste stappen: eerst de vraag, dan de tekst

Gebruik de vraag om te bepalen welke informatie u zoekt. Lees vervolgens het relevante tekstdeel nauwkeurig en controleer de samenhang met de rest van het bericht.

Vraagt de vraag naar wanneer, zoek dan naar een dag of tijd. Bij waar zoekt u een plaats. Lees daarna de hele zin en zo nodig de omliggende zinnen. Het antwoord staat niet altijd in één zin. Bij een vraag over de hoofdboodschap moet u het hele bericht begrijpen.

Snel zoeken en nauwkeurig lezen vullen elkaar aan. Zoek eerst het relevante stukje, controleer daarna wat er precies staat. Lees ook voorwaarden en verwijzingen zoals “daar” of “daarna”. Vertrouw niet alleen op een woord dat ook in een antwoordoptie voorkomt.

Vraag en tekst kunnen andere woorden gebruiken voor hetzelfde. “Het contract opzeggen” en “het contract beëindigen” liggen bijvoorbeeld dicht bij elkaar. Controleer de context: woorden zijn niet in iedere situatie uitwisselbaar.

Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Kleine woorden die de zin omdraaien

Eén klein woord kan de betekenis omdraaien of beperken: 'niet', 'geen', 'maar', 'alleen', 'vóór' en 'na'. Lees de zin rond uw gevonden sleutelwoord daarom altijd volledig.

Let op kleine woorden. Niet en geen ontkennen iets; alleen beperkt de mogelijkheden. Maar en echter kunnen een tegenstelling aangeven, zonder dat de eerdere informatie daardoor helemaal vervalt. Omdat noemt een reden. Tijdens het oefenen kunt u zulke woorden in een eigen kopie markeren.

Let ook op tijduitdrukkingen. 'Vóór 22.00 uur' en 'na 22.00 uur' lijken op elkaar maar betekenen het tegenovergestelde; hetzelfde geldt voor dagen die op elkaar lijken. Bij het onderstaande keukenbericht oefent u precies dit verschil.

Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Woordenschat opbouwen per voorbereidingsthema

Bouw per thema een eigen woordenlijst op met korte voorbeeldzinnen. Deze thema's zijn een handige ordening voor uw voorbereiding, geen officiële onderwerpenlijst van het examen.

Maak kleine woordgroepen met voorbeelden. Zet bijvoorbeeld halen naast brengen en schrijf bij beide een zin. Vergelijk vervolgens wat de persoon in die zin doet. Kies woorden die in uw oefenteksten voorkomen; deze ordening is taaltraining, geen aparte KNS-onderwerpenlijst.

De handleiding van het officiële zelfstudiepakket bevat een woordenlijst; gebruik die als uitgangspunt en vul aan met woorden die u tijdens het oefenen zelf mist. Elke ronde een aantal dagen per thema is een bruikbare indeling; past u het tempo aan uw eigen niveau aan.

VoorbereidingsthemaVoorbeelden van kernbegrippenWaar u bij vragen op let
Afsprakendag, tijd, eerder, laterWanneer moet iemand komen?
Plaatsennaast, boven, binnen, buitenWaar staat iets?
Handelingenhalen, brengen, meenemen, teruggevenWat moet iemand doen?
Voorwaardenalleen, eerst, daarna, vóórWelke stap of beperking geldt?
Personencollega, buur, docent, klantWie doet of ontvangt iets?

Officiële bronnen: Leren voor het examen - Naar Nederland — Secties 'Inhoud van het examen' en 'Zelfstudiepakket'

Studievoorbeeld 1: ophaalbericht van de fietsenmaker

Dit studievoorbeeld laat zien hoe u dag, tijdstip en een verplicht item uit een korte A1-tekst haalt. De antwoorden staan volledig in de tekst; u hebt geen buitenkennis nodig.

Dit is een originele korte leesoefening met twee vragen. De benodigde informatie staat volledig in het bericht. De gekozen antwoordvorm is bedoeld voor deze oefening.

Doorloop de routine: lees elke vraag eerst, markeer het sleutelwoord, zoek de zin en toets alle drie de opties aan die zin.

Studievoorbeeld

Lees eerst de tekst. 'Fietsenmaker De Vries. Uw fiets is klaar. U kunt de fiets ophalen op vrijdag tussen 9.00 en 12.00 uur. Breng het bewijs van reparatie mee. Adres: Kerkstraat 12.' Vraag 1: Wanneer kunt u de fiets ophalen? A. op vrijdag tussen 9.00 en 12.00 uur B. op vrijdag de hele dag C. op woensdag tussen 9.00 en 12.00 uur Vraag 2: Wat moet u meebrengen? A. een slot voor de fiets B. het bewijs van reparatie C. niets

Bekijk de uitwerking

Vraag 1: optie A. Vraag 2: optie B.

Vraag 1: het sleutelwoord is 'ophalen'. De zin zegt 'op vrijdag tussen 9.00 en 12.00 uur'. Optie B haalt 'vrijdag' uit de tekst maar laat het tijdstip weg: na 12.00 uur geldt de afspraak niet meer. Optie C noemt het juiste tijdstip maar de verkeerde dag. Alleen optie A houdt dag én tijdstip overeind. Vraag 2: het sleutelwoord is 'meebrengen'; de derde zin noemt 'het bewijs van reparatie'. Optie A en C komen in geen enkele zin voor.

Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Studievoorbeeld 2: bericht in een gedeelde keuken

Dit studievoorbeeld oefent ontkenning ('niet') en het verschil tussen 'vóór' en 'na'. Beide antwoorden staan letterlijk in de tekst.

Ook dit is een studievoorbeeld dat wij zelf hebben geschreven, geen officiële examenvraag. Let bij het maken vooral op de kleine woorden: hier zit het verschil tussen de juiste en de foute optie.

Studievoorbeeld

Lees eerst de tekst. 'Bericht voor iedereen op de afdeling. Ik ben Ali uit kamer 3. Mijn spullen staan in de kast naast de koelkast. Niet in de kast boven de gootsteen. Daar staan de spullen van Sanne. Wilt u de vaat wassen? Graag vóór 22.00 uur. Daarna willen wij slapen. Bedankt!' Vraag 1: In welke kast staan de spullen van Ali? A. in de kast boven de gootsteen B. in de kast naast de koelkast C. in de kast van Sanne Vraag 2: Wanneer wil Ali dat u de vaat wast? A. vóór 22.00 uur B. na 22.00 uur C. alleen in het weekend

Bekijk de uitwerking

Vraag 1: optie B. Vraag 2: optie A.

Bij vraag 1 is B juist: Ali’s spullen staan naast de koelkast. Boven de gootsteen staan de spullen van Sanne; A en C verwijzen dus naar de verkeerde kast. Bij vraag 2 is A juist: de vaat moet vóór 22.00 uur worden gewassen. B draait vóór om naar na; over alleen het weekend staat niets in het bericht.

Officiële bronnen: Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Na een voldoende: uitslag en de mvv-aanvraag

Een examen waarvoor u een voldoende haalt, is onbeperkt geldig. Pas nadat u alle drie de delen hebt gehaald, hebt u één jaar de tijd om de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan te vragen.

Na het examen krijgt u van DUO een e-mail of brief met de uitslag, met daarin een pdf-bestand dat u kunt uitprinten en bij uw mvv-aanvraag voegen. Hebt u het hele examen gehaald, dan kunt u (of uw referent, degene bij wie u in Nederland gaat wonen) de machtiging tot voorlopig verblijf aanvragen. De mvv is de vergunning waarmee u naar Nederland kunt reizen.

Let op het verschil: het behaalde onderdeel zelf verloopt niet, maar na het behalen van alle drie de delen (Kennis van de Nederlandse Samenleving, Lezen en Spreken) begint een termijn van één jaar voor de mvv-aanvraag. Wacht u langer, dan moet u het hele basisexamen opnieuw doen. Gebruik die periode dus als één geheel: plan de aanvraag binnen het jaar.

In Nederland ontvangt u een oproep van de gemeente voor een verplicht gesprek. De gemeente bepaalt hoe u verder moet inburgeren; blijf daarom in contact met de gemeente. Meer informatie vindt u op inburgeren.nl.

Officiële bronnen: Na het examen - Naar Nederland — Secties 'Mvv aanvragen', 'Hoe lang is de uitslag geldig?' en 'In Nederland'

Uw voorbereiding in vijf stappen

Bouw op van woordenschat naar gemengde oefenrondes, en sluit elke ronde af met een korte foutenanalyse.

Deze volgorde is studieadvies, geen officiële vereiste. Pas het tempo aan uw eigen woordenschat en beschikbare oefentijd aan; wie al veel Nederlands leest, kan sneller door de eerste stappen heen.

  • Download het zelfstudiepakket (of koop het) en begin met de handleiding met woordenlijst.
  • Werk de voorbereidingsthema's één voor één af en maak per thema een woordcluster met eigen voorbeeldzinnen.
  • Oefen scanlezen per thema met de vraag-eerst-routine en onderstreep signaalwoorden en ontkenningen.
  • Maak het officiële oefenexamen Lezen op een computer met internet en analyseer daarna elke foute optie: waarom past hij niet bij de antwoordzin?
  • Meng de thema's in grotere oefenrondes en houd een foutenlogboek bij per thema.

Officiële bronnen: Leren voor het examen - Naar Nederland — Secties 'Inhoud van het examen' en 'Zelfstudiepakket'; Oefenexamens maken - Naar Nederland — Secties 'Wat hebt u nodig', 'Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)' en 'Lezen'

Officiële bronnen

Feiten gecontroleerd:

Volgende stappen

FAQ

Frequently Asked Questions

Practical answers to help you apply the guidance for Basisexamen Inburgering in het Buitenland - Leesvaardigheid.

Is Leesvaardigheid hetzelfde als Kennis van de Nederlandse Samenleving?
Nee. Het examen heeft drie aparte delen: Kennis van de Nederlandse Samenleving, Lezen en Spreken. Lezen gaat over het begrijpen van geschreven A1-teksten en het kiezen van het juiste antwoord daarop; de maatschappijkennis zit in het aparte KNS-deel.
Ziet het echte examen er hetzelfde uit als het oefenexamen?
Het officiële oefenexamen heeft dezelfde aantallen en duur: 19 vragen in 35 minuten. De officiële pagina meldt dat het echte examen er anders uitziet. Gebruik de oefening om het werken met korte teksten en vragen te trainen.
Hoe lang blijft een behaald onderdeel geldig?
Een examen waarvoor u een voldoende hebt gehaald, is onbeperkt geldig. Wel geldt: nadat u alle drie de delen hebt gehaald, moet de mvv-aanvraag binnen één jaar worden ingediend, anders moet u het hele basisexamen opnieuw doen.

Keep Reading

Related Study Guides

Explore related guides and preparation topics.