Het KNM-examen is het kennisonderdeel van het inburgeringsexamen over de Nederlandse samenleving. U maakt het op de computer in 45 minuten, en sinds 1 juli 2025 geldt een gewijzigd examen. De stof bestaat officieel uit acht thema's. In deze gids leert u per thema de kerninstanties, rechten en plichten uit de eindtermen, oefent u twee complete studievoorbeelden en sluit u af met een concreet oefenplan met officieel materiaal van DUO.
Wat het KNM-examen van u vraagt
Het KNM is een kennisonderdeel van het inburgeringsexamen bij DUO: op de computer, 45 minuten, en sinds 1 juli 2025 in gewijzigde vorm.
Het examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) is een van de kennisexamens van het inburgeringsexamen. DUO, de uitvoeringsdienst van het ministerie van Onderwijs, toetst ermee of u genoeg weet over Nederland. Er bestaan kennisexamens onder de Wet inburgering 2013 en onder de Wet inburgering 2021; in Mijn Inburgering ziet u welke examens voor u gelden.
Het examen KNM maakt u op de computer en het duurt 45 minuten. U krijgt vragen bij verschillende thema's, zoals wonen en werk en inkomen. Belangrijk voor uw voorbereiding: sinds 1 juli 2025 is het KNM-examen gewijzigd. Studeer dus met actueel oefenmateriaal en niet met oude overzichten.
DUO biedt een officieel oefenexamen KNM op taalniveau A2. Maak het bij voorkeur op een desktopcomputer, want dan is de weergave het beste. Zo went u zowel aan de stof als aan de examenopmaak.
Gebruikte officiële bronnen: Kennisexamens – Examen doen – Inburgeren (DUO) — Sectie 1. Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM); Examen KNM aangepast – DUO nieuwsbericht — Nieuwsbericht van 1 juli 2025; Oefenen – Examen doen – Inburgeren (DUO) — Oefenen taalniveau A2
De acht officiële thema's
De exameneisen staan als eindtermen in de Regeling inburgering 2021 en verdelen de stof in acht thema's.
Per thema noemen de eindtermen concrete kennisdoelen: weten welke instantie een rol speelt, welke rechten en plichten u heeft en hoe u in zo'n situatie handelt. Gebruik de tabel hieronder als studiekaart en het officiële document als volledige checklist.
Houd alle acht thema’s in uw voorbereiding. Instanties en Staatsinrichting en rechtsstaat zijn afzonderlijke thema’s, ook waar hun inhoud aansluit op wonen, inkomen of omgangsvormen.
| Thema | Waar het op neerkomt |
|---|---|
| Werk en inkomen | Werk zoeken, contracten en cao's, rechten en plichten rond uitkeringen, discriminatieverbod, een eigen bedrijf starten. |
| Omgangsvormen, waarden en normen | Directheid, afspraken en op tijd komen, samenlevingsvormen, feest- en gedenkdagen, deelnemen aan verenigingen en vrijwilligerswerk. |
| Wonen | Een woning vinden, huurcontract en rechten van huurders, zelf energie, water en internet regelen, afvalscheiding. |
| Gezondheid en gezondheidszorg | De huisarts als eerste aanspreekpunt, doorverwijzing, spoedroutes, verplichte zorgverzekering, eigen risico en zorgtoeslag-gerelateerde administratie. |
| Geschiedenis en geografie | Belangrijke perioden en gebeurtenissen, het Wilhelmus en de vlag, hoofdstad en regeringsstad, provincies en openbaar vervoer. |
| Instanties | Digitaal contact met de overheid, DigiD, belastingen en toeslagen, politietaken, juridische hulp en verzekeringen. |
| Staatsinrichting en rechtsstaat | Koning, parlement en regering, bestuursniveaus, EU-lidmaatschap, machtsscheiding, kiesrecht en belangrijke wettelijke bepalingen. |
| Onderwijs en opvoeding | Opbouw van het onderwijssysteem, vrijheid van onderwijs, leerplicht, verantwoordelijkheid van ouders, schoolkosten en studiefinanciering. |
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Werk en inkomen: wie benadert u en wat wordt van u verwacht
De kern van dit thema is de juiste instantie bij de juiste situatie, plus de rechten en plichten die bij werk en uitkeringen horen.
Leer de taken van UWV en gemeente uit elkaar houden. UWV voert onder meer werknemersverzekeringen uit, zoals de WW. De gemeente is een aanspreekpunt voor bijstand en ondersteuning bij werk. Of u recht hebt op een uitkering hangt af van de voorwaarden en uw situatie; een arbeidsverleden alleen beslist dat niet.
Voor het vinden van werk noemen de eindtermen de gebruikelijke routes: uw eigen netwerk, online vacaturebanken, uitzendbureaus en een sollicitatiebrief of curriculum vitae bij een sollicitatie. Werkgevers waarderen doorgaans dat u in een gesprek vragen stelt over het werk en de arbeidsvoorwaarden. Uw kansen op de arbeidsmarkt hangen samen met factoren als vooropleiding, werkervaring, beschikbaarheid, motivatie en taalbeheersing.
Bij een baan horen contractkennis en rechten: ken het verschil tussen een vast contract, een tijdelijk contract en een contract via een uitzendbureau, en weet dat voor veel sectoren collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) bestaan. Premies en belastingen worden op uw salaris ingehouden. Discriminatie op het werk is verboden, zowel door werkgevers als door collega's, en bij een vermoeden van discriminatie kunt u bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon of vakbond inschakelen.
Bij een eigen bedrijf hoort contact met de Kamer van Koophandel. Ontvangt u een uitkering en wilt u ondernemen, bespreek uw plannen vooraf met de uitkeringsinstantie. Leer welke instantie betrokken is; leid uit inschrijving alleen niet af dat iedere uitkering automatisch vervalt.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Wonen: huur, nutsvoorzieningen en verhuizen
Bij wonen draait het om drie beslissingen: waarop heeft u als huurder recht, wat regelt u zelf en wat geeft u aan de gemeente door.
Onderscheid sociale huur, vrije huur en koop. Een huurcontract legt afspraken vast. Bij achterstallig onderhoud, een geschil over huurverhoging of andere problemen kunt u als huurder hulp zoeken. Inschrijving als woningzoekende is relevant voor veel huurwoningen; de toegang en wachttijd hangen af van het aanbod en de regels.
Bij wonen horen ook energie, water en internet. Controleer welke aansluitingen of contracten u zelf moet regelen, hoe u meterstanden doorgeeft en waar u een storing meldt. Let bij een contract op het tarief en de looptijd. Zuinig gebruik kan verbruik en kosten beperken; het tarief bepaalt mede uw uiteindelijke rekening.
Voor afval gelden lokale regels voor inzameling en scheiding; de eindtermen vragen zowel die lokale regels als de reden waarom scheiden belangrijk is. Verhuist u, dan geeft u die wijziging door aan de gemeente: de eindtermen noemen verhuizing expliciet als melding in de basisregistratie personen (BRP), en wijzigingen in de huishoudsamenstelling kunnen invloed hebben op uitkeringen.
Studievoorbeeld 1 hieronder oefent precies dit onderscheid tussen huurder, verhuurder, leverancier en gemeente.
Studievoorbeeld
Studievoorbeeld (geen officiële examenvraag). Mira huurt een appartement. De ketel die bij de woning hoort, gaat kapot en de verhuurder reageert niet op haar berichten. Haar energie- en waterlevering werkt normaal. Daarnaast is ze vorige week naar een andere woonplaats verhuisd. Aannames: het huurcontract zegt niets bijzonders over onderhoud, en de kapotte ketel hoort bij de woning. Beantwoord: bij wie meldt Mira de kapotte ketel, wat kan ze doen als de verhuurder niets doet, en welke wijziging moet ze bij welke instantie doorgeven?
Bekijk het modelantwoord
De kapotte ketel meldt Mira bij haar verhuurder, want het onderhoud van de woning is diens verantwoordelijkheid. Reageert de verhuurder niet, dan heeft Mira als huurder wettelijke rechten en kan ze hulp inschakelen, bijvoorbeeld juridische hulp via een Juridisch Loket. Haar verhuizing geeft ze door aan de gemeente, in de basisregistratie personen (BRP).
De eindtermen stellen dat huurders in Nederland wettelijke rechten hebben en hulp kunnen inschakelen bij achterstallig onderhoud door de verhuurder; dat ondersteunt de eerste twee stappen. Dat de verhuizing een BRP-melding aan de gemeente is, staat bij het thema Instanties. De storing zit in de woning, niet in de energielevering; zat het probleem in de levering zelf, dan was de energieleverancier het aanspreekpunt. Juist dit onderscheid tussen woningonderhoud, levering en gemeentelijke registratie is de oefenstof van het thema Wonen.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Gezondheidszorg: de juiste route en de kosten
Leer de rol van huisarts, apotheek en zorgverzekeraar, en het verschil tussen premie, basisverzekering en eigen risico.
De huisarts is een belangrijk eerste aanspreekpunt bij gezondheidsvragen. Een verwijzing kan nodig zijn voor specialistische zorg. Medicijnen op recept haalt u bij de apotheek. Leer deze rollen uit elkaar houden en weet dat zorgverleners vertrouwelijk met medische informatie omgaan.
De eindtermen noemen ook spoedvoorzieningen, de huisartsenpost en 112. Bestudeer hun functies in het officiële materiaal. Gebruik een korte examensamenvatting niet om zelf de ernst van een medische klacht te beoordelen.
Voor de kennisvragen is het onderscheid tussen verzekeringsbegrippen nuttig. De premie betaalt u voor de verzekering. Het eigen risico betreft bepaalde zorgkosten die u eerst zelf betaalt; het is niet hetzelfde als de premie. Een huisartsconsult valt niet onder het verplichte eigen risico. Ga voor de precieze dekking van andere zorg naar uw zorgverzekeraar.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Instanties en veilig digitaal contact
Contact met de overheid loopt meestal digitaal, met DigiD als sleutel; dit thema behandelt ook belastingen, toeslagen, de politie en verzekeringen.
Informatie van en contact met overheidsinstanties verlopen meestal digitaal. Leer veilig omgaan met uw burgerservicenummer en DigiD, en weet waar u hulp krijgt bij vragen rond digitaal contact. Daarnaast zijn er instanties naast de overheid die helpen, zoals Nibud, schuldhulpverlening, de voedselbank, de GGD, het Juridisch Loket en maatschappelijk werk.
Bij inkomen horen een salarisstrook en jaaropgave. Bruto is het bedrag vóór inhoudingen; netto is wat na inhoudingen overblijft. Leer daarnaast het onderscheid tussen belastingen, toeslagen en kinderbijslag. Bij veranderingen in inkomen of huishouden controleert u welke gegevens u moet doorgeven. Kinderbijslag hoort bij de Sociale Verzekeringsbank.
De politie beschermt, houdt toezicht en handhaaft regels. Leer ook waar u een klacht over overheidsoptreden kunt bespreken en waar u juridische hulp kunt vinden, bijvoorbeeld bij het Juridisch Loket. Een klacht over behandeling en bezwaar tegen een besluit zijn verschillende routes; kijk welke route de betrokken instantie vermeldt.
Verzekeringen hebben verschillende functies. Een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren gaat over schade waarvoor u aansprakelijk bent. Dat is iets anders dan een zorgverzekering of verzekering van een voertuig of gebouw. Leer de begrippen en controleer verplichtingen bij de betrokken instantie; niet iedere verzekering is voor iedereen wettelijk verplicht. Het volgende originele studievoorbeeld oefent veilig digitaal contact.
Studievoorbeeld
Studievoorbeeld (geen officiële examenvraag). U ontvangt een sms die lijkt te komen van een overheidsdienst: 'Uw DigiD loopt af. Voorkom blokkering: vul uw inloggegevens in via deze link.' Aanname: het bericht vraagt via een link om uw DigiD-inloggegevens. Wat doet u, en waarom?
Bekijk het modelantwoord
U klikt de link niet aan en vult niets in. Ga zelf via het officiële kanaal naar uw overheidszaken: typ zelf het officiële adres in uw browser of gebruik uw eigen app, en log daar rechtstreeks in. Bij twijfel vraagt u hulp, bijvoorbeeld bij een hulppunt voor digitaal contact of de gemeente.
De eindtermen vragen dat u weet hoe u veilig gebruikmaakt van uw burgerservicenummer en DigiD, en waar u hulp krijgt bij vragen rondom digitaal contact. Veilig gebruik betekent hier: uw inloggegevens voor uzelf houden en zelf de officiële route kiezen in plaats van via een link in een bericht. Berichten die via een link inloggegevens vragen, passen niet bij dat veilige patroon; de zelfstandige route naar het officiële kanaal is daarmee de verdedigbare beslissing.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Staatsinrichting, geschiedenis en normen en waarden
Dit blok vraagt herkenbare kernfeiten over het staatsbestel, historische ijkpunten en Nederlandse omgangsvormen, als één samenhangend verhaal.
Voor de staatsinrichting onthoudt u de hoofdlijnen: Nederland is een koninkrijk en de koning vervult vooral een ceremoniële functie. Nederland is een democratische rechtsstaat met een parlement van twee Kamers; de Tweede en Eerste Kamer maken samen met de regering wetten. De minister-president leidt de ministers, en er zijn drie bestuursniveaus: rijk, provincies en gemeenten. Nederland maakt deel uit van de Europese Unie en moet als lidstaat de EU-afspraken nakomen.
Bij machtsscheiding onderscheidt u wetten maken, bestuur uitvoeren en onafhankelijk rechtspreken. Actief kiesrecht betekent stemmen; passief kiesrecht betekent verkiesbaar zijn. De voorwaarden verschillen per verkiezing. Tot de belangrijke rechten behoren gelijke behandeling, godsdienstvrijheid, privacy en vrijheid van meningsuiting binnen de wet.
Geschiedenis en geografie verbinden gebeurtenissen met plaatsen en gevolgen. Bestudeer de handel en koloniale geschiedenis, waaronder slavernij, en de betekenis van dijken, polders en Deltawerken. Nederland was tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland bezet. De Holocaust was de genocide op de Joden; de eindtermen noemen ook antisemitisme en het verbod op discriminatie. Op 4 mei herdenkt Nederland oorlogsslachtoffers, op 5 mei viert het de bevrijding. Amsterdam is de hoofdstad; de regering zetelt in Den Haag.
Bij omgangsvormen en waarden horen afspraken, samenlevingsvormen, feest- en gedenkdagen en deelname aan verenigingen. Leer bijvoorbeeld het verschil tussen een herdenking en een feest. Houd ruimte voor verschillen tussen mensen: een gebruik is geen eigenschap van iedere Nederlander. KNM toetst kennis over de samenleving; uw eigen geloof of persoonlijke voorkeur is niet het juiste of foute antwoord.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM
Onderwijs en opvoeding: leerplicht en de rol van ouders
Dit thema behandelt de opbouw van het onderwijssysteem, de leerplicht en kwalificatieplicht en de verantwoordelijkheden van ouders en school.
De meeste kinderen beginnen op vierjarige leeftijd op school. Basisonderwijs wordt gevolgd door verschillende routes in het voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs. Leer de hoofdlijnen van vmbo, havo, vwo, mbo, hbo en universiteit. Bij een volgende opleiding kunnen toelatingseisen gelden.
Leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot 16 jaar. Voor jongeren van 16 en 17 zonder startkwalificatie geldt in beginsel kwalificatieplicht. Een startkwalificatie is minimaal havo, vwo of mbo niveau 2. Er bestaan uitzonderingen, onder meer na praktijkonderwijs. Het is dus onjuist dat iedere jongere zonder uitzondering tot 18 naar school moet.
Ouders en school bespreken hoe het met een kind gaat. Een oudergesprek, informatie over verzuim en hulp bij opvoedvragen zijn herkenbare situaties. Ouders kunnen bij problemen onder meer bij school, huisarts of gemeente aankloppen.
Maak bij schoolkosten onderscheid tussen verplichte kosten waar die gelden en vrijwillige bijdragen. Vraag de school welke regel voor een bijdrage geldt. DUO biedt informatie over studiefinanciering en tegemoetkomingen; recht daarop hangt af van voorwaarden.
Gebruikte officiële bronnen: Regeling inburgering 2021 (BWBR0045574) — Bijlage 2, Eindtermen KNM; Leerplicht en kwalificatieplicht | Rijksoverheid.nl — https://www.rijksoverheid.nl/themas/onderwijs/leerplicht/leerplicht-en-kwalificatieplicht
Zo pakt u uw voorbereiding aan
Begin met het officiële DUO-oefenexamen, vul aan met gratis oefenmateriaal en oefen per thema de beslissing: welke instantie, welke plicht, welke rechten.
Maak eerst het officiële oefenexamen KNM van DUO op taalniveau A2, bij voorkeur op een desktopcomputer. Zo ziet u direct welke vragen u lastig vindt en welke thema's al goed zitten. Voor extra oefening zijn er filmpjes over onderwerpen die ook in het examen voorkomen op netinnederland.nl en lessen op oefenen.nl; wilt u hulp, kijk dan op lezenenschrijven.nl of hetbegintmettaal.nl, of ga naar de openbare bibliotheek.
Oefen per thema een onderscheid dat u kunt uitleggen: woningonderhoud of energielevering, bruto of netto, actief of passief kiesrecht, leerplicht of kwalificatieplicht. Schrijf het verschil in twee zinnen op en controleer het met het officiële materiaal. Maak daarna een nieuwe vraag waarbij dat verschil ertoe doet.
Controleer tot slot in Mijn Inburgering welke examens u precies moet doen: KNM is een van de kennisexamens, en onder de Wet inburgering 2021 hoort daar bijvoorbeeld vaak de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) bij, die u bij uw gemeente doet. De officiële pagina's van DUO zijn leidend voor aanmelding en examenregels; deze gids behandelt de stof.
Gebruikte officiële bronnen: Kennisexamens – Examen doen – Inburgeren (DUO) — Sectie 1. Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM); Oefenen – Examen doen – Inburgeren (DUO) — Oefenen taalniveau A2
Gebruikte officiële bronnen
Feiten gecontroleerd tegen officiële DUO-pagina's en de Regeling inburgering 2021:
